Webinar Wtta
Tijdens ons webinar werden er scherpe vragen over de Wet toelating terbeschikkingstelling van arbeidskrachten gesteld. Hieronder vind je alle antwoorden.
| 28 mei 2026 | · | Bureau Cicero & Striive | · | 25 vragen beantwoord |
Alle onderwerpen
Tot de daadwerkelijke handhaving van de Wtta (1 januari 2028) mag een SNA-gecertificeerde onderneming die gebruikmaakt van de overgangsregeling nog zaken doen met een niet-SNA-gecertificeerde onderneming. De overgangsregeling legt op zichzelf geen verbod op om zaken te doen met niet-SNA-gecertificeerde partijen.
De relevante vraag is echter niet zozeer "is de andere partij SNA-gecertificeerd?", maar: is de andere partij een uitlener die onder de Wtta valt én beschikt die straks over een toelating of overgangspositie?
Onder de Wtta mag een inlener uiteindelijk alleen arbeidskrachten inlenen van een toegelaten uitlener. Vanaf de handhaving is niet het SNA-keurmerk doorslaggevend, maar de Wtta-toelating (of een geldige overgangspositie).
Dat klopt. Een verklaring betalingsgedrag inlenersaansprakelijkheid kan hooguit worden gezien als één bewijsstuk binnen het fiscale deel van het normenkader. Het vormt op zichzelf geen bewijs dat aan de Wtta of het Wtta-normenkader wordt voldaan.
Er bestaat een vrijstelling van de waarborgsom van €100.000 voor bestaande uitleners die kunnen aantonen dat zij al langere tijd compliant opereren. De voorwaarden zijn cumulatief:
Onder zowel de huidige regels rond de inlenersbeloning als de toekomstige Wtta-eisen moet de uitlener kunnen aantonen dat de arbeidskracht correct wordt beloond. Daarvoor moet bekend zijn: welke functie de arbeidskracht vervult, welke arbeidsvoorwaarden bij de inlener gelden, welke salarisschaal daarbij hoort, en eventuele toeslagen, periodieken, ADV, etc.
Er staat niet letterlijk in de Wtta of Waadi dat een doorlener "de salarisschaal moet delen", maar de doorlener moet wel voldoende informatie verstrekken zodat de uitlener de juiste beloning kan toepassen. Zonder die informatie kan de uitlener zijn wettelijke verplichtingen niet nakomen.
De aanpak: niet direct contracten openbreken, maar eerst inventariseren, monitoren en leveranciers laten aantonen dat zij tijdig Wtta-gereed zijn. Vervolgens Wtta-eisen gefaseerd opnemen bij verlengingen, heraanbestedingen en nieuwe overeenkomsten.
Zo wordt de continuïteit van bestaande contracten zo min mogelijk verstoord, terwijl het risico op niet-toegelaten uitleners richting de handhaving beheersbaar blijft.
Als je zeker weet dat je onder een wettelijke ontheffingsgrond valt en die ontheffing verkrijgt, heb je geen toelating nodig. Ben je daar niet zeker van, dan is het verstandig tijdig te beoordelen of deelname aan de overgangsregeling nodig is om te voorkomen dat je per 2028 niet meer mag uitlenen.
Ontheffing wegens beperkte uitleen (<10% omzet en <€5 miljoen)
Als de ontheffing wordt verleend, hoef je geen toelating aan te vragen. Je wordt als ontheven onderneming opgenomen in het openbare register van de NAU. Aanvragen worden ingediend tussen 1 mei en 30 juni 2027 en inhoudelijk beoordeeld vanaf 1 juli 2027.
Praktische risicoafweging: verwacht je een ontheffing maar heb je nog geen beschikking, dan bestaat onzekerheid totdat de NAU heeft beslist. Wil je absoluut voorkomen dat je buiten het stelsel valt bij een afwijzing, dan is het verstandig je veilig te stellen via de overgangsregeling of een toelatingsaanvraag.
Ja. De overgangsregeling zorgt ervoor dat je personeel mag blijven uitlenen terwijl je toelatingsaanvraag nog wordt beoordeeld. De overgangsregeling is geen vrijstelling van de toelatingseisen.
Ja, dat klopt. Het huidige Wtta-normenkader is bewust als tijdelijke versie gepubliceerd. De normeis rondom het loonverhoudingsvoorschrift / de gelijkwaardige beloning is er voorlopig uitgehaald omdat nog niet definitief vaststaat hoe inspectie-instellingen dit moeten toetsen.
Wat weten we op dit moment:
De waarborgsom moet in beginsel worden gestort bij de aanvraag tot toelating onder de Wtta. Er zit nog één praktische nuance in: de aanvraagprocedure mag in stappen worden ingericht, waarbij het bewijs van financiële zekerheidsstelling later in het aanvraagproces kan worden overgelegd.
Nee, de Wtta maakt in beginsel geen onderscheid naar sector. De kernvraag is niet in welke sector iemand werkt, maar: is er sprake van het ter beschikking stellen van arbeidskrachten onder leiding en toezicht van de opdrachtgever?
Bij IT-consultancy kan dat per situatie verschillen. Werkt een IT-consultant zelfstandig aan een afgebakende opdracht met eigen verantwoordelijkheid, dan kan sprake zijn van een opdracht van dienstverlening. Maar werkt de IT-consultant feitelijk onder leiding en toezicht van de opdrachtgever — bijvoorbeeld binnen diens team, volgens diens planning — dan kwalificeert dat als terbeschikkingstelling.
De Arbeidsinspectie kijkt uiteindelijk naar de feitelijke situatie. Als op papier staat dat géén sprake is van terbeschikkingstelling, maar in de praktijk werkt de arbeidskracht wél onder leiding en toezicht, kan een onderneming alsnog beboetbaar zijn.
Ja, dit is goed voorstelbaar. Als een opdrachtgever van mening is dat een arbeidskracht feitelijk onder zijn leiding en toezicht werkt, zal hij waarschijnlijk eisen dat de uitlener Wtta-toegelaten is. Dat is ook logisch: als sprake is van terbeschikkingstelling, mag de opdrachtgever straks alleen zaken doen met een toegelaten uitlener.
Er zullen grofweg twee benaderingen ontstaan in de markt:
Route 1 — Grotere risicoappetijt
Partijen die goed kunnen onderbouwen dat sprake is van een zelfstandige opdracht, zonder terbeschikkingstelling. Let op: dit moet ook in de praktijk kloppen, niet alleen op papier.
Route 2 — Veilige route
Partijen die in compliance-gevoelige omgevingen geen risico willen lopen en Wtta-toelating als harde eis stellen, ook in grijze gebieden.
Goede voorlichting in de markt wordt daarmee heel belangrijk. Ga als opdrachtgever en opdrachtnemer tijdig met elkaar in gesprek over hoe de opdracht feitelijk wordt uitgevoerd.
In het conceptnormenkader staat dat de methode van urenregistratie sluitend moet zijn en controle mogelijk moet maken. Werkbriefjes of elektronische gegevensuitwisseling moeten minimaal bevatten:
Hoe inspectie-instellingen in specifieke situaties — thuiswerk, hybride werk — precies met deze eis omgaan, zal onderdeel moeten zijn van harmonisatie binnen de NAU en tussen de inspectie-instellingen.
Dit is een belangrijk onderscheid. Bij een DGA ligt het minder voor de hand dat sprake is van normale terbeschikkingstelling van arbeidskrachten zoals bij reguliere werknemers. Een DGA wordt geacht vanuit zijn eigen onderneming verantwoordelijkheid te dragen voor de opdracht en uitvoering.
Als een DGA feitelijk toch onder leiding en toezicht van de opdrachtgever werkt, ontstaat eerder een andere discussie: of de arbeidsrelatie niet als een dienstbetrekking of fictieve dienstbetrekking moet worden gezien. Dat is een andere risicocategorie dan de vraag of zijn persoonlijke holding SNA-gecertificeerd of Wtta-toegelaten moet zijn.
Kort gezegd: het enkele feit dat de DGA ook werkzaamheden verricht bij een opdrachtgever betekent niet automatisch dat zijn persoonlijke holding SNA-gecertificeerd of Wtta-toegelaten moet zijn. De beoordeling hangt af van de feitelijke verhouding.
Bij pure freelancebemiddeling is in beginsel geen Wtta-ontheffing nodig — de activiteit valt dan buiten de reikwijdte van het toelatingsstelsel. Een bemiddelaar die uitsluitend zelfstandig ondernemers bij opdrachtgevers introduceert, waarbij die freelancers vervolgens zelfstandig een opdracht uitvoeren, stelt geen eigen arbeidskrachten ter beschikking onder leiding en toezicht.
Het doel van de Wtta is breder dan alleen certificering. De wet is ontstaan vanuit de wens om misstanden op de uitleenmarkt steviger aan te pakken: onderbetaling, slechte huisvesting, onduidelijke arbeidsvoorwaarden, schijnconstructies en oneerlijke concurrentie.
De gedachte: niet iedereen mag zomaar arbeidskrachten ter beschikking stellen. Uitleners moeten eerst worden toegelaten tot de markt. Daarvoor moeten zij aantonen dat zij voldoen aan eisen als correcte loonbetaling, afdracht van belastingen en premies, en betrouwbaarheid.
Bewust is gekozen voor een stelsel dat de hele keten raakt. Niet alleen de uitlener krijgt verplichtingen, maar ook de inlener. Zo wordt voorkomen dat malafide partijen via andere constructies blijven opereren.
In normale mensentaal: de overheid wil de ontsnappingsroutes uit het systeem halen. Zo wordt het moeilijker voor malafide partijen en ontstaat er een eerlijker speelveld voor partijen die hun zaken wél goed op orde hebben.
Nee, het enkele feit dat je al jarenlang een verklaring betalingsgedrag ontvangt, betekent niet automatisch dat je bent vrijgesteld van de waarborgsom (€100.000).
Er is wel een vrijstellingsmogelijkheid voor bestaande uitleners, maar daarvoor moet aan meerdere cumulatieve voorwaarden worden voldaan:
Die verklaring is één van de voorwaarden, geen zelfstandige vrijstelling. Bovendien zegt zo'n verklaring alleen iets over de vraag of aangegeven loonheffingen en btw ook zijn betaald — niet of alle aangiften inhoudelijk juist waren.
Een starter is een uitlener die net begint met het ter beschikking stellen van arbeidskrachten en daarom nog niet beschikt over een volledig inspectierapport. De startersregeling is gekoppeld aan de voorlopige toelating, en kan worden geweigerd als de onderneming in de twaalf maanden voorafgaand aan de aanvraag al arbeidskrachten ter beschikking heeft gesteld.
Voor een startende uitlener geldt:
Twee jaar SNA-certificering is op zichzelf geen probleem voor de toelatingsaanvraag. Het SNA-keurmerk kan worden gebruikt als substituut voor de controle op de verplichte Wtta-normen — mits de onderneming op het moment van aanvraag correct in het SNA-register staat geregistreerd.
Het SNA-keurmerk is niet per se "meer waard" naarmate je er langer mee werkt. De termijn van vier jaar speelt alleen bij de mogelijke vrijstelling van de waarborgsom. Daarvoor gaat het erom dat de onderneming kan aantonen dat zij al langere tijd actief is als uitlener en aan haar fiscale verplichtingen heeft voldaan — los van de SNA-certificeringsperiode.
Nee. Een hoog kennisniveau of grote mate van zelfstandigheid sluit leiding en toezicht niet uit. Ook een hoogopgeleide professional kan onder leiding en toezicht van een inlener werken. De vraag is niet hoe deskundig iemand is, maar wie in de praktijk zeggenschap heeft over de uitvoering van het werk.
De kern is tweeledig: wat zijn partijen schriftelijk overeengekomen, en wat is de feitelijke situatie? In onze controle beoordelen wij primair de schriftelijke situatie. De feitelijke situatie wordt uiteindelijk beoordeeld door de publieke handhaver, zoals de Nederlandse Arbeidsinspectie.
Situatie 1 — Zuivere intraconcern-terbeschikkingstelling
De arbeidskracht blijft volledig binnen hetzelfde concern en wordt niet ingezet bij een externe opdrachtgever. Dan geldt de intraconcern-uitzondering en is geen toelating nodig.
Situatie 2 — Doorlening naar externe opdrachtgever
Personeelsvennootschap levert aan contractvennootschap, die de arbeidskracht vervolgens inzet bij een externe opdrachtgever. In dat geval moeten beide vennootschappen zijn toegelaten, want beide stellen de arbeidskracht ter beschikking in de keten.
Kort gezegd: zodra de arbeidskracht via een concernstructuur uiteindelijk buiten het concern wordt ingezet onder leiding en toezicht van een externe opdrachtgever, moeten alle uitlenende vennootschappen in de keten zijn toegelaten.
De wet geeft geen eenvoudig afvinklijstje. Een manager op de werkvloer kan een aanwijzing zijn voor leiding en toezicht, maar is geen harde voorwaarde. Het gaat altijd om een totaalbeeld (een holistische beoordeling) van alle feiten en omstandigheden.
Indicatoren die meewegen:
Ja, dat maakt zeker uit. Het is beslissend hoe de contractuele en fiscale keten is ingericht.
Route 1 — Backofficepartij is de feitelijke uitlener
De arbeidskracht staat op de loonlijst van de backoffice/payrollpartij. Die factureert rechtstreeks aan de opdrachtgever op eigen fiscale nummers. Dan is de backofficepartij de uitlener en hoeft de intermediair in beginsel niet zelf toegelaten te zijn.
Route 2 — Intermediair zit zelf in de keten
De backofficepartij factureert aan de intermediair, en de intermediair factureert door aan de opdrachtgever. Dan is de intermediair doorlener en moet ook hij toegelaten zijn.
Claims als "bij een backofficepartij automatisch safe" zijn dus niet per definitie juist — het hangt volledig af van de feitelijke inrichting van de keten.
Wanneer het lastig wordt
Een consultant draait mee in het team van de opdrachtgever, met dezelfde planning, aansturing en werkverdeling als de interne medewerkers. Dan is het moeilijk vol te houden dat het consultancybureau zelf leiding en toezicht houdt. Dit wijst op terbeschikkingstelling.
Wanneer het goed kan werken
Het consultancybureau voert een zelfstandige opdracht uit. De opdrachtgever bepaalt het gewenste resultaat, randvoorwaarden en deadline — maar de dagelijkse aansturing, methode, kwaliteitsbewaking en inzet van de consultant blijven bij het consultancybureau.
Kort gezegd: als de opdrachtgever stuurt op het overeengekomen resultaat en het consultancybureau de regie houdt over de uitvoering, past dat bij echte consultancy. Als de consultant gewoon meedraait in het team van de opdrachtgever, kom je snel in de sfeer van terbeschikkingstelling.
Het feit dat een partij "in de keten" zit, betekent niet automatisch dat die partij ook Wtta-plichtig is. De kernvraag blijft: stelt een onderneming arbeidskrachten ter beschikking aan een derde om onder leiding en toezicht van die derde arbeid te verrichten?
Zuivere freelancebemiddeling, echte aanneming van werk en echte zelfstandige tussenkomst met freelancers vallen daar in beginsel buiten. Een uitlener is de partij die tegen vergoeding een arbeidskracht ter beschikking stelt zodat die arbeidskracht onder leiding en toezicht van een ander arbeid verricht — niet iedere partij die contractueel in de keten zit.
De DBA en de Wtta raken allebei aan hoe arbeid juridisch wordt georganiseerd, maar ze gaan over iets anders.
DBA — Is iemand écht zelfstandig?
De DBA gaat over de kwalificatie van de arbeidsrelatie tussen opdrachtgever en opdrachtnemer. Als iemand op papier zzp'er is maar in de praktijk werkt alsof hij werknemer is, kan sprake zijn van schijnzelfstandigheid. Handhaving: Belastingdienst (loonheffingen).
Wtta — Stelt een onderneming arbeidskrachten ter beschikking?
De Wtta gaat over de uitleenrelatie: wordt een arbeidskracht door de ene partij ter beschikking gesteld aan een andere partij onder leiding en toezicht van die andere partij? Dan moet de uitlener zijn toegelaten. Handhaving: Nederlandse Arbeidsinspectie.
Er is overlap in de praktijk — begrippen als gezag, instructies, leiding en toezicht spelen in beide discussies een rol. Maar de juridische vraag is anders, en ook de handhaving verschilt.
Meer weten?
|
Whitepaper Wtta & SNA Alles wat je als leverancier moet weten over de Wtta en SNA-certificering, op een rij. Download whitepaper |
Wtta & SNA op striive.com Lees meer over wat de Wtta betekent voor jou als leverancier op onze website. Naar de website |
Inloggen op Striive Direct aan de slag? Log in op het Striive-platform en beheer je opdrachten en compliance. Inloggen |